| Tijdvak 1 | 5000 v.C. | Hippologen en hippiaters in de oudheid | 500 |
|
Het paard is waarschijnlijk rond 5.000 v. Chr. gedomesticeerd. Sindsdien worden paarden gebruikt om voor de mens te werken;
eerst om wagens te trekken en lasten te dragen, en vanaf ca. 900 v. Chr. ook om op te rijden.
Bij spel en sport worden in de oudheid ook al paarden gebruikt, vooral bij wagenrennen en in het circus.
Paarden spreken tot de verbeelding; ze komen vaak voor in de mythologie en in allerlei legendes.
In het leger worden paarden onmisbaar. Naast strijdwagens worden bereden soldaten (cavalerie) ingezet. Zij kunnen zich snel verplaatsen en in galop hun wapens hanteren. Een probleem bij het gebruik van het paard is het overmatig afslijten van de hoef. Om paarden daartegen te beschermen wordt het hoefijzer geïntroduceerd. De Romeinen ontwikkelen sandalen voor hun paarden. Voor het gebruik van paarden zijn hoefsmeden nu onmisbaar geworden. In de oudheid zijn ook hippologen (kenners van paarden) en hippiaters (kenners van ziekten bij paarden) actief. De hippologen publiceren onder meer over het africhten en fokken met paarden, de voeding en paardrijden. De hippiaters kunnen worden beschouwd als de eerste paarden'artsen'. In plaats van op magie baseren zij het behandelen van zieke paarden steeds meer op rationele geneeskunde, met name op de humoraalpathologie De eerste medische concepten stammen uit het antieke Griekenland. Sommigen zoeken naar algemene verklaringen voor ziekten. Anderen geloven niet in ziekten op zich, maar alleen in zieke mensen. Bij zieke mensen zou de juiste balans tussen bloed, slijm, gele en zwarte gal verstoord zijn. Door overtollig vocht uit het lichaam te verwijderen via aderlaten, braken, niezen en klisteren worden patiënten genezen. Deze humoresleer van de Griekse geneesheer Hippocrates (ca. 460-377 v. Chr.) wordt ook op dieren toegepast en blijft tot in de 19de eeuw in zwang.
van Hippocrates.
Apsyrtos is een van de beroemdste hippiaters uit de oudheid.
Hij diende in het leger van de Byzantijnse keizer Constantijn de Grote (280-337) en is vooral bekend vanwege zijn
bijdragen aan het Corpus hippiatricorum graecorum. Dit is een verzameling overgeleverde geschriften over paardengeneeskunde
uit de vierde en vijfde eeuw.
Bekijk alle objecten over dit tijdvak |
|||
| Tijdvak 2 | 500 | Ridders en rossen: kennisoverdracht in de middeleeuwen | 1500 |
|
In de middeleeuwen is de bespanning van paarden sterk verbeterd.
In plaats van een leren riem of lus van touw om de hals van het paard, kunnen met behulp van het raamvormige halsjuk (haam)
meer paarden voor elkaar worden gespannen die samen zwaardere lasten veel sneller kunnen trekken.
Bij het ploegen en eggen worden sindsdien steeds meer paarden in plaats van ossen ingezet, waardoor de graanopbrengsten sterk stijgen.
Paarden gaan ook een sleutelpositie innemen binnen de hofcultuur. Mede door de jacht en toernooien brengen ridders het paardrijden
op een hoger niveau.
Voor de paardengeneeskunde in de middeleeuwen en de Renaissance blijven klassieke teksten de grote inspiratiebron. De humoraalpathologie met standaardpraktijken als aderlaten Volgens de humoraalpathologie zou op zieke plaatsen het transport van kwade sappen in aders plaatsvinden. Deze sappen moeten via aderlaten worden afgetapt. Voor grotere hoeveelheden bloed (soms wel 5 liter) werd een snede gemaakt in de halsader, bij kleinere hoeveelheden worden andere aders gekozen. Voor iedere ziekte was een eigen aderlaatplaats. Voor het opstuwen van de halsader wordt een riem met een houten kogel gebruikt. De ader wordt geopend met een scherp driehoekig mesje (vlijm) waarop met een slaghout een flinke tik wordt gegeven.
en
klisteren
Volgens de humoraalpathologie worden diarree en verstopping (constipatie) ook toegeschreven aan een gebrek aan evenwicht tussen de lichaamssappen. De remedie bij constipatie is klisteren. Hierbij wordt met een slang of klisteerspuit via de anus een vloeistof in de darmen gespoten. Meestal wordt schoon water gebruikt maar ook wel een klisteer of lavement van water, olie en zout, of een aftreksel van tabak. Oude vastklevende ontlasting wordt losgeweekt. Korte tijd na het klisteren ontstaat een hevige aandrang, waarna vloeistof en ontlasting naar buiten komen en de darm schoon is.
blijft de theoretische basis.
Na de val van het Romeinse rijk komt de Arabische paardengeneeskunde tot bloei.
Dankzij Arabische geschriften die tevens het Grieks-Romeinse erfgoed bevatten, wordt deze kennis via Sicilië en Spanje toegankelijk
voor de rest van Europa. Het zijn vooral maarschalken, hoefsmeden en stalmeesters verbonden aan het adellijke of
koninklijke hoven die gespecialiseerd zijn in de paardengeneeskunde. De belangrijkste auteurs onder hen zijn
Jordanus Ruffus en Meister Albrant, paardenartsen uit de 13e eeuw.
Bekijk alle objecten over dit tijdvak |
|||
| Tijdvak 3 | 1500 | Stalmeestertijd | 1800 |
|
Vanaf 1500 treden vernieuwingen op in het paardrijden die samenhangen met een ander wapengebruik (buskruit en geweren) bij het ruitergevecht.
Door de adel wordt paardrijden verheven tot een echte kunst. In deze zogenaamde stalmeestertijd ontstaan de eerste rijscholen waaraan rijkunst
en krijgskunde worden gedoceerd door stalmeesters. Deze professionals zijn zowel theoretisch als praktisch zeer deskundig en schrijven
rijk geïllustreerde boeken over rijkunst (De Solleysel, Cavendish) en geneeskunde (Lafosse, Van Coer).
In de laatste categorie boeken komen ook afbeeldingen voor van paarden met allerlei ziektes.
Een bekend voorbeeld is het zogenaamde
'Foutenpaard'
In diverse binnen- en buitenlandse boeken over paardengeneeskunde worden afbeeldingen van het 'foutenpaard' opgenomen. Op deze platen worden allerlei ziekten die op verschillende plaatsen van het lichaam kunnen optreden op plastische wijze verbeeld. Vaak wordt een dergelijke afbeelding als een inhoudsopgave in een boek opgenomen. Op de aangeduide pagina kan de specifieke ziekte met de bijbehorende remedie dan snel worden gevonden. Een bekend voorbeeld hiervan is het foutenpaard afkomstig uit L.W.F. van Oebschelwitz, De Nederlandsche Stalmeester ('s Gravenhage 1763).
Claude Bourgelat sticht in 1762 in Lyon de eerste veeartsenijschool waar 'artistes vétérinaires' worden opgeleid.
De universiteiten van Utrecht en Leiden hebben ook een eigen rijschool, maar nog geen opleiding voor paardenartsen.
Met zijn gedetailleerde studie over de anatomie van het paard legt de Italiaan Carlo Ruini in 1598 de basis van de moderne wetenschappelijke paardengeneeskunde. Onderzoek wordt ook verricht naar het fokken met paarden en er komt een volbloedstamboek. Speciale aandacht wordt geschonken aan de leeftijdsbepaling. De operatieleer met bijbehorend instrumentarium wordt uitgebreid. Voorbeelden daarvan zijn het raspen en trekken van kiezen en het boren van gaten in de bijholten van de paardenschedel (trepanatie) om ontstekingsprocessen te draineren. Bekijk alle objecten over dit tijdvak |
|||
| Tijdvak 4 | 1800 | Veterinaire scholen en professionalisering van paardenartsen | 1920 |
|
Als gevolg van de industriële revolutie worden veel paarden ingezet in kolenmijnen en tredmolens.
Het verkeer per trekschuit, wagen, koets en paardentram breidt zich sterk uit. In Engeland neemt de populariteit van de rensport toe.
Daarvoor worden speciale volbloedpaarden gefokt. In Nederland wordt vooral de drafsport populair en op jaarmarkten worden vaak
kortebaan draverijen gehouden. Na 1850 verhuist de pikeur van op het paard naar erachter op een sulky en komen er wedrennen voor de langebaan.
Deze ontwikkelingen vergroten de vraag naar professionele paardengeneeskunde verder.
In Utrecht wordt in 1821 's Rijks Veeartsenijschool opgericht. In het onderwijsprogramma gaat de meeste aandacht naar het paard uit. Een deel van de studenten is afkomstig uit het Nederlandse leger en maakt daar later carrière. De wetenschappelijke basis voor de paardengeneeskunde breidt zich uit. De humoraalpathologie wordt vervangen door de cellulaire pathologie. Dankzij de ontwikkeling van de microbiologie neemt het begrip van infectieziekten spectaculair toe. Voor de chirurgie worden dwang- en fixatiemiddelen In veel gevallen moeten paarden worden gefixeerd zodat de paardenarts veilig en zorgvuldig ingrepen kan uitvoeren. Van oudsher worden daar noodstallen voor gebruikt. Andere dwangmiddelen zijn spanstokken en pramen, waardoor kleine ingrepen staande kunnen worden uitgevoerd. Bij meer uitgebreide operaties worden paarden gekluisterd en op de grond neergelegd. Om paarden op werkhoogte te kunnen opereren wordt vanaf omstreeks 1900 gebruik gemaakt van een travail bascule, een kantelbare noodstal.
aseptiek en
anesthesie
Voor de introductie van de anesthesie hebben paarden eeuwenlang noodgedwongen zeer pijnlijke ingrepen zoals branden en castreren moeten ondergaan. Stevige fixatie was de enige optie. Het is dan ook begrijpelijk dat niet alleen vanuit het oogpunt van de chirurgie maar ook vanuit het voorkomen van pijn bij dieren, de mogelijkheid van verdoving vanaf 1850 zeer verwelkomd wordt. Vanaf dat moment kunnen paarden onder algehele verdoving worden geopereerd door ze ether en/of chloroform te laten inademen. Hierdoor kan veel nauwkeuriger en ook langduriger worden geopereerd. Vanaf 1880 wordt ether vervangen door chloralhydraat en wordt ook lokale anesthesie mogelijk door de toepassing van procaïne en novocaïne.
belangrijk. De positie van de in Utrecht afgestudeerde dierenartsen tegenover de
praktijkbeoefenaars zonder opleiding (empiristen) wordt sterker. In 1862 komt er een beroepsvereniging voor dierenartsen
en vanaf 1874 is de titel 'veearts' wettelijk beschermd.
Bekijk alle objecten over dit tijdvak |
|||
| Tijdvak 5 | 1920 | Van werkpaard naar luxe paard | 1970 |
|
Door mechanisering en motorisering neemt de economische betekenis van werkpaarden af.
Tegenover de 378.000 landbouwpaarden die Nederland in 1918 telt staan er in 1972 slechts 70.000.
Vanaf circa 1965 krijgen veel mensen als gevolg van de toegenomen welvaart meer geld en tijd om aan hobby's te besteden.
Het aantal paarden dat wordt gebruikt bij sport en recreatie neemt dan toe.
Mede dankzij de nieuwe modern ingerichte klinieken en stallen die na de verhuizing van de faculteit Diergeneeskunde van de Biltstraat naar De Uithof worden betrokken (Verloskunde in 1967, Heelkunde in 1968 en Inwendige Ziekten in 1969) breidt het aantal behandelde patiënten zich uit. De internisten treden in de sporen van J. Wester en richten zich op de elektrocardiografie van het sportpaard en de oorzaken van koliek. De opvolger van Schimmel, J.H. Hartog (1885-1950), houdt zich bezig met de diagnostiek van kreupelheid en introduceert enkele nieuwe chirurgische behandelingen. Dankzij hem wordt de röntgenologie geïntroduceerd in de paardengeneeskunde vanwege het grote belang van beeldvormende technieken voor de orthopedische diagnostiek. Samen met A.W. Kersjes en F. Németh verbetert Numans de loopbeugel-methode bij fractuurbehandelingen en met E. Lagerweij wordt de anesthesie verder tot ontwikkeling gebracht. Met de verandering van de functie van het paard van werkdier in gezelschapsdier is ook de manier waarop mensen tegen paarden aankijken gewijzigd. De stijgende populariteit van het paard blijkt onder meer uit een televisieserieserie uit de jaren 1964-1968 over het pratende paard Mr. Ed. Films als Back Stallion en Black Beauty trekken volle bioscoopzalen. Door deze vermenselijking van (gezelschaps)dieren is de aandacht voor het welzijn van paarden gegroeid. Er worden campagnes gevoerd tegen het gebruik van oogkleppen en het couperen van staarten wordt verboden. Sommigen maken bezwaar tegen het eten van vlees van deze edele dieren. Bekijk alle objecten over dit tijdvak |
|||
| Tijdvak 6 | 1970 | Paardenspecialisten en medische technologie | heden |
|
In de laatste decennia neemt het aantal sport- en recreatiepaarden spectaculair toe. De weiden staan er weer vol mee
en het zijn hoogtijdagen voor de ruim 1000 maneges in Nederland. Vanaf omstreeks 1970 worden hengsten uit het buitenland
geïmporteerd om de landbouwpaarden om te vormen tot rijpaarden. Het paard is weer een belangrijke factor geworden in de plattelandseconomie.
Als gevolg van de groeiende vraag naar specialistische medische zorg voor sportpaarden Anky van Grunsven is hét rolmodel voor menig meisje dat paardrijdt. Ze heeft een eigen rijkledinglijn én natuurlijk een fanclub. Met haar beroemde paarden Bonfire en Salinero won ze niet alleen allerlei belangrijke dressuurprijzen bij nationale -, Europese - en Wereldkampioenschappen, maar ook op de Olympische Spelen diverse medailles. Nederland boekte al eerder grote successen in de paardensport. Zo is Luitenant-generaal Charles F. Pahud de Mortanges (1896-1971) een legende in de geschiedenis van de Nederlandse paardensport. Met zijn paarden sleepte hij tussen 1924 en 1936 vier gouden en één zilveren Olympische medaille in de wacht.
en recreatiepaarden ontstaan er in de praktijk
specifieke paardenklinieken. Bij de faculteit Diergeneeskunde komen voor het paard de internationaal erkende specialismen
Voortplanting, Heelkunde en Inwendige Ziekten tot stand. Het onderzoek naar koliekoorzaken wordt voortgezet.
Bij verloskunde gaat de aandacht uit naar vruchtbaarheidsonderzoek en kunstmatige inseminatie bij paarden.
De heelkundige richten zich op koliek- en gewrichtschirurgie. In 1999 worden de klinieken gereorganiseerd en
in plaats van discipline- weer diersoortgericht ingedeeld, waardoor internisten en verlos- en heelkundigen worden samengebracht in het
Departement Gezondheidszorg Paard.
In navolging van de geneeskunde bij de mens biedt de opkomst van de moderne medische technologie ook op het gebied van de paardengeneeskunde nieuwe mogelijkheden. Met inhalatie anesthesie wordt het uitvoeren van meer uitgebreide chirurgische ingrepen makkelijker. Door endoscopie kan de 'binnenkant' van het maag-darmkanaal of de luchtwegen op monitoren worden geprojecteerd. Een innovatie in de chirurgie is arthroscopie of 'kijkoperatie' die de klassieke chirurgie bij gewrichtsoperaties vervangt. Laserchirurgie wordt ingezet bij het verwijderen van tumoren en cysten uit de voorste luchtwegen. De introductie van kunstmatige inseminatie, invriessperma en embryotransplantatie zorgen voor doorbraken in de paardenfokkerij. Bij paarden in het algemeen en bij sportpaarden in het bijzonder is een goed functionerend bewegingsapparaat essentieel. Na de fotografie en bewegende beelden via film- en video camera's worden bij de analyse van de gangen van het paard vanaf de jaren tachtig nieuwe systemen met optische elektronica ingezet. Bekijk alle objecten over dit tijdvak |